In een artikel over het belang van empathie citeert schrijfster Susan Smit bioloog en primatoloog Frans de Waal die veronderstelt dat zelfs kersverse baby’s al beschikken over empathische vermogens. Dat zette me aan het denken: over de juistheid van die stelling, maar ook over empathie in algemenere zin. Bijvoorbeeld in relatie tot het uitzoeken van sinterklaascadeautjes, iets wat velen van ons deze week behoorlijk bezighoudt.

Empathie of survival?

Eerst maar even het betreffende citaat. In het interview met Susan Smit (voor haar boek Wijze mannen & wijze vrouwen) zegt De Waal:

Onzelfzuchtig gedrag werd altijd afgeschilderd als iets wat bewust of onbewust werd ingezet voor het eigenbelang. Maar als mensen zich alleen om hun eigen welzijn bekommeren, waarom huilt een baby van één dag dan als die een andere baby hoort huilen? Er valt dan niets te winnen.

Nu heeft Frans de Waal een indrukwekkende staat van dienst in zijn vakgebied en zal hij deze uitspraak ongetwijfeld kunnen onderbouwen met steekhoudende onderzoeksresultaten. In mijn comfortabele positie van leek dacht ik bij het lezen van dit stukje echter: empathische baby’s? En hoezo niets te winnen? Ik zou denken dat er wel degelijk iets valt te winnen! Een pasgeboren baby is volledig afhankelijk van de zorg van een ander en huilen is wat dat betreft lijkt me vooral een schreeuw om aandacht. Bijvoorbeeld vanwege honger, een vieze luier of andere ongemakken. Als je als baby nu een collega-baby de aandacht op hoort eisen, betekent dat misschien wel een soort van concurrentie. Krijgt die ander aandacht, dan krijg jij het misschien wel niet – dan kun je het toch ook maar beter alvast op een huilen zetten, zodat je zeker weet dat ze jou niet zullen vergeten?

Meelevende kleuters

Zoals gezegd is de kans groot dat De Waal zijn stelling kan onderbouwen. Misschien dat de bijbehorende verklaring in het betreffende artikel uiteindelijk niet is opgenomen. Op Wiki lees ik overigens echter dat empathie zich doorgaans tegen de kleuterleeftijd ontwikkelt – maar wellicht is die gedachte inmiddels achterhaald. Grappig genoeg stuitte ik dit weekend weer op het thema empathie door een gesprekje over sinterklaascadeautjes. Want inlevingsvermogen is beslist ook een handige eigenschap als je een ander blij wilt maken met een passend cadeautje.

Niets staat op zichzelf

De laatste tijd heb ik vaak stilgestaan bij de vraag in hoeverre we allemaal op ieder moment een product zijn van onze genen en onze conditionering tot op dat moment. Iedere avond keek ik terug op de dag en vroeg ik me af welke actie of handeling op zichzelf stond. Waar het naar mijn idee eigenlijk op neerkomt, is dat er (bijna?) geen sprake is van ‘op zichzelf staan’; alles wat ik ervaar, doe of laat, komt voort uit het ‘vorige’. Als ik iets eet, komt dat voort uit een gevoel van honger, als ik zin heb in koffie, is dat een reactie op mijn behoefte aan cafeïne, als ik aan het werk ga, is dat omdat ik met een opdrachtgever nu eenmaal een afspraak heb gemaakt over een deadline.

Op een bepaald moment dacht ik: ja, maar als ik er nu voor kies om op dit moment mijn linkerarm op te tillen, dan is dat toch iets wat ik nu en zelf beslis? Totdat tot me doordrong dat die keuze gewoon weer voortkwam uit mijn gedachten over de rol van genen en gebeurtenissen. Die op hun beurt ook weer ergens uit zijn voortgekomen…

Genen en gebeurtenissen

Dit weekend bedacht ik me dat ook de mate waarin iemands empathisch vermogen zich heeft ontwikkeld, waarschijnlijk een optelsom is van zijn of haar genen en conditionering tot op dat moment. In beginsel beschikken we als mens vermoedelijk over een empathische aanleg, maar hoe die uit de verf komt, verschilt per persoon. Dit verschil wordt op veel manieren zichtbaar en dus ook bij het uitzoeken van een sinterklaaspresentje voor een ander (of bij het kopen van cadeautjes in algemenere zin). Maar hoe vaak ik dit in het verleden niet over het hoofd heb gezien…

Eerst opmerken, dan inleven

Je in kunnen leven in anderen vereist op zijn minst een bepaalde mate van opmerkingsvermogen: dat om het bestaan van anderen überhaupt op te merken en dat om op te merken dat zij hun eigen behoeften, verlangens enzovoorts hebben. Pas daarná kun je je eventueel inleven in de vraag hoe die behoeften en verlangens van anderen er dan uitzien. Misschien dat je dit opmerkingsvermogen in jezelf kunt trainen, maar het zou me niet verbazen als een deel ervan toch ook genetisch bepaald is. Sommige mensen zijn van nature naar binnen gericht, terwijl anderen meer naar buiten gericht zijn, sommige mensen hebben oog voor detail, terwijl anderen een betere kijk hebben op het grotere geheel. Dit soort zaken lijkt me in ieder geval deels van invloed op ons vermogen om wat dan ook op te merken.

En dan is er nog onze omgeving. Allerlei omstandigheden daarbinnen kunnen maken dat we ons in leren leven in anderen óf dat juist niet doen en ons meer op onszelf richten. Zelfs onder omstandigheden die op het oog hetzelfde zijn, zullen twee verschillende mensen ieder op een eigen manier reageren – ook als het gaat om de ontwikkeling van hun empathisch vermogen. Zij zijn op dat ene moment immers beiden alsnog een uniek product van genen en gebeurtenissen…

Een uniek product

Cadeautjes geven en ontvangen vind ik al heel lang tricky business. Voor de ontvanger is daar natuurlijk altijd het aloude gegeven paard dat je niet in de bek mag kijken. En tenzij de ontvanger concrete wensen heeft geuit, is aan de gever de schone taak zelf een passend cadeau te verzinnen. Of je daarin slaagt, heeft denk ik veel te maken met het eerdergenoemde opmerkings- en inlevingsvermogen. Lang verkeerde ik in de veronderstelling dat de ander ‘zelf toch wel kon bedenken’ of ‘toch wel snapte’ dat… Maar, zo besef ik inmiddels, daarbij ging ik uit van mijn eigen vermogens. Of de ander zoiets inderdaad zou kunnen bedenken of snappen, dat kon ik eigenlijk niet weten. Als uniek product van mijn genen en conditionering kan ik immers onmogelijk door de ogen van een ander ‘uniek product’ kijken!

Zo expliciet mogelijk

Als ‘product’ heb ik een hekel aan verspilling – en daarmee ook aan voor mij niet-bruikbare cadeautjes, hoe goed bedoeld ook. Ook doe ik liever niet aan de schijn ophouden en huichelen, zelfs niet ter bescherming van gegeven paarden… Gelukkig heb ik met mijn eigen gezin een vorm gevonden om plezier te beleven aan het geven en krijgen van cadeautjes en dus ook aan Sinterklaas. Wij maken elkaar heel expliciet onze wensen duidelijk en krijgen zo dus ieder een paar dingetjes waar we écht blij van worden.

Het echte geschenk

Ook het durven doorbreken van een gewoonte als het lukraak geven en het lijdzaam ontvangen van niet bij de wensen van de ander of die van jezelf aansluitende cadeautjes is een gevolg van genen en voorbije gebeurtenissen. En datzelfde geldt voor het besef dat niet iedereen hetzelfde inlevingsvermogen heeft – en voor iedere nieuwe ontwikkeling en elk volgend inzicht.  Zelfs als je ervoor kiest jezelf te oefenen in opmerkzaamheid is ook het idee om dat te gaan doen gebaseerd op genen en gebeurtenissen, evenals je capaciteiten om jezelf daadwerkelijk daarin te bekwamen. Niets van dit alles is een kwestie van persoonlijke verdienste. Er steeds meer op durven vertrouwen dat alles wat voorkomt uit genen en gebeurtenissen komt op het juiste moment, zowel bij mezelf als bij anderen… eigenlijk is dat pas écht een geschenk!