In zijn boek ‘Benedictijnse regels voor een gelukkig leven’ geeft Anselm Grün tien gouden regels die de mens naar zijn zeggen nodig heeft om geluk te ervaren. In deze KernZin verken ik zijn vierde regel, die van de harmonie.

Een oeroud verlangen

Harmonie, zo zegt Grün, hangt samen met eenheid. Het is een begrip dat mensen al heel lang fascineert. Grote Griekse denkers als Plato en Heraclitus hielden zich er al volop mee bezig en ook vandaag de dag is harmonie iets waar veel mensen volgens Grün naar verlangen. Dat we ernaar verlángen impliceert dat we dus niet voortdurend harmonie ervaren. Maar wat staat er dan eigenlijk in de weg? Om die vraag te beantwoorden, is het handig om eerst vast te stellen wat harmonie nu eigenlijk is. Terwijl ik daar achter probeerde te komen, schoten er allerlei woorden door me heen: geen strijd, rust, vrede. En ook moest ik denken aan ‘van buiten naar binnen’ – ik leg het uit.

Zaken doen met jezelf

Harmonie heeft voor mijn gevoel iets te maken met van buiten naar binnen gaan. Als ik me bezighoudt met zaken die buiten mijn invloedssfeer liggen, dan zorgt dat voor veel onrust; de zaken in kwestie kunnen allerlei emoties in me oproepen en tegelijkertijd is het niet aan mij om ze te veranderen en dat zorgt voor onmacht en frustratie. En waar onmacht en frustratie zijn, is (in principe – maar daarover later meer) geen harmonie.

Byron Katie zegt:

There are only three kinds of business in the universe: mine, yours and God’s.

Ik denk weer even terug aan de terreuraanslag van kort geleden, in Brussel. Als ik me mee laat voeren in de emoties over die gebeurtenis, dan zijn de emoties mijn zaak. Maar de gebeurtenis zelf is hoe dan ook niet mijn zaak, maar die van andere mensen (of van God, zo je wilt). Als ik angst voel als ik aan de aanslag denk, dan is dat mijn zaak. Maar het hoe en het waarom ervan is dat niet. Als ik dat wat ‘buiten’ mij is, daar kan laten, zorgt dat al voor veel meer harmonie.

De vuile was binnen hangen

Byron Katie zegt ook:

Life is simple – it is internal.

Eigenlijk is alles innerlijk werk, vindt alles van binnen plaats. Alle gedachten en gevoelens spelen zich van binnen af en dat is ook de plek waar ze… inderdaad, een plek moeten krijgen. Grün schrijft:

Wie zich één voelt met zichzelf, kan ook instemmen met zichzelf en zijn leven. Hij komt niet langer in opstand tegen zijn verleden of zijn karakter. Hij heeft het gevoel: alles mag zijn zoals het is. Ik ben niet volmaakt. En dat hoeft ook helemaal niet. Ik heb schaduwkanten. En dat mag ook. Harmonie […] bestaat juist daarin dat ik de tegenstellingen in me aanvaard. Harmonie ontstaat […] alleen als we het voor elkaar krijgen om alle tegenstellingen in ons te accepteren en te verwelkomen als bij ons leven horend.

Hier doelde ik op toen ik schreef dat er daar waar (bijvoorbeeld) onmacht en frustratie zijn in principe geen harmonie is; als ik de onmacht en frustratie kan accepteren en verwelkomen, kan er zelfs dan immers wel degelijk harmonie zijn.

Met andere ogen kijken

Als in jezelf alles een plek mag hebben, zelfs de minder charmante gedachten en gevoelens, dan kijk je ook met andere ogen naar de wereld om je heen. Milder, met meer compassie. Want waarom zou je de ‘schaduwkanten’ van de wereld nog afwijzen als je die in jezelf weet te omarmen? Marcus Aurelius wist dat heel lang geleden al:

He who lives in harmony with himself lives in harmony with the universe.

Een behoorlijk deel van mijn leven had ik vaak het gevoel dat er iets aan mij mankeerde: andere mensen leken altijd zo’n duidelijke mening over van alles en nog wat te hebben, terwijl de dingen voor mij vaak helemaal niet zo zwart-wit waren. Zoals ik nu ook in mezelf de tegenstellingen kan zien en weet hoe die allemaal naast elkaar kunnen bestaan, zo had ik altijd al het gevoel dat dat ook voor de wereld in zijn geheel geldt. Waar zwart is, is ook wit, maar uiteindelijk maken ze allebei deel uit van hetzelfde geheel. En op de een of andere manier voelt zowel dat zwart als dat wit voor mij daarom heel vaak niet als iets waar ik een mening over hoef te hebben.

Dieper dan al het andere

Van buiten naar binnen, van de gebeurtenissen buiten mezelf naar dat wat zich binnenin mij afspeelt, brengt al meer rust en harmonie. Maar voor de ware harmonie moet ik nog verder naar binnen afdalen. Grün refereert wat dit betreft aan de Duitse theoloog Meister Eckhart. Hij was van mening dat God (Liefde, Licht, Bron, Essentie et cetera) wordt geboren op de bodem van onze ziel, waar alles zwijgt. En van die harmonie, zo vond hij, hangt onze hele zaligheid af. Iets eigentijdser zijn de woorden van Eckhart Tolle, maar in feite komen ze op hetzelfde neer:

Only if we are still enough inside, can we become aware that there is a hidden harmony here. A sacredness.

En Adyashanti zegt over de stilte die zwijgen met zich meebrengt:

Silence is the only teaching and the only teacher that is there all the time.

Stilte als toegangspoort naar harmonie… sssst!