In zijn boek ‘Benedictijnse regels voor een gelukkig leven’ geeft Anselm Grün tien gouden regels die de mens naar zijn zeggen nodig heeft om geluk te ervaren. In deze KernZin verken ik zijn achtste regel, die van de liefde.

Alles is liefde

‘Alles is liefde’ was de titel van een Nederlandse romantische komedie die in 2007 in de bioscopen verscheen. De strekking van de film was dat liefde overal is – als je er maar in gelooft. Geloof je er niet in, dan wordt het niks…

Liefde, er is en wordt eindeloos veel over geschreven en gezegd. Googelen op het woord ‘liefde’ levert meer dan 33 miljoen hits op; dat is drie keer zoveel als het woord ‘haat’ (wat op zichzelf wat mij betreft een hoopvol gegeven is, aangezien liefde ons dus meer bezig lijkt te houden dan haat). Maar, zo zegt Anselm Grün, liefde is ook een afgezaagd woord – dat we desondanks toch steeds weer in de mond nemen. Hoe vaak we het ook zeggen, weten we eigenlijk wel wat we er precies mee bedoelen? Ik ging op zoek…

Verslaafd aan erkenning

Het woord liefde roept prettige associaties op, maar de liefde zelf blijkt in de praktijk vaak ingewikkeld. Sterker nog, we blijken er dikwijls zelfs verslaafd aan te zijn! Orthopedagoog en schrijver Jan Geurtz, die onder andere het boek ‘Verslaafd aan liefde’ schreef, heeft zich meer dan de gemiddelde mens verdiept in de vraag waarom er dikwijls zoveel haken en ogen aan de liefde zitten. Hij verwijst daarbij naar onze vroegste kindertijd: als we geboren worden, zijn we volledig afhankelijk en het eerste blijk van erkenning van ons bestaan komt niet van onszelf, maar van iemand anders, namelijk onze ouders (doorgaans onze moeder). Deze aanvankelijke afhankelijkheid is een ultieme vorm van kwetsbaar-zijn die we in ons latere leven nooit meer willen ervaren. Door onze eerste ervaringen veronderstellen we echter ten onrechte dat we ook later in ons leven een ander nodig hebben om erkend te worden en zo onze meest fundamentele angst toe te dekken. Dit is de oorsprong van onze verslaving aan liefde, aldus Geurtz.

Wederzijdse toedekking

Op het moment dat we verliefd worden op een ander, voelen we liefde. Hoewel dit volgens Geurtz onze eigen liefde is, de liefde die in onszelf zit, herkennen we dit niet als zodanig en schrijven we deze gevoelens aan de ander toe. Als we bij de ander zijn houdt onze angst zich gedeisd en voelen we ons goed, waardoor we onszelf aan de ander en onze ervaringen met hem of haar vast gaan klampen. Meer genot en minder pijn, dat is waar alle mensen naar verlangen en als we ook maar enigszins het gevoel hebben de ‘succesformule’ te pakken te hebben, zijn we geneigd hier koste wat kost aan vast te houden. In een relatie staan beide partners garant voor het wederzijds ‘toedekken’ van de genoemde fundamentele angst. Waar bij de eerste verliefdheid nog sprake is van twee afzonderlijke individuen, ontstaat al snel een situatie waarin beide partners samen de twee helften van een geheel gaan vormen: een geheel dat moet zorgen voor veiligheid voor beide partijen.

Zelfamputatie

Volgens Geurtz levert deze ‘symbiose’ uiteindelijk geheid problemen op. De ‘deal’ die de wederzijdse veiligheid moet garanderen vereist namelijk aanpassing. In een mooi interview met Bram van Splunteren voor de VPRO vertelt Geurtz hoe hij tijdens zijn huwelijk stopte met de optredens met zijn band, omdat zijn toenmalige partner het geen fijn idee vond dat hij zich in die ‘scene’ bevond. Daarmee amputeerde hij naar eigen zeggen een deel van zichzelf, zoals partners in dit soort op veiligheid gericht relaties nu eenmaal plegen te doen omdat het ‘part of the deal’ is. Als een van beide partners gaat morrelen aan de – dikwijls onuitgesproken – veiligheidsclausules die in de relatie van kracht zijn, begint volgens Geurtz het gedonder en loopt de relatie vaak spaak.

Een ander scenario is dat beide liefdespartners amputeren wat geamputeerd moet worden en zich schikken in hun lot. Zo sudderen ze samen door, in een relatie waarin het met de veiligheid wel goed zit – maar waarin weinig ruimte is voor groei en ontwikkeling…

Vingerwijzing

Heel kort door de bocht kan dit gedonder, misschien pas na heel veel (relatie)crises en  ellende, echter wel leiden tot een belangrijk, zo niet wezenlijk inzicht waar het de liefde betreft. Door de manier waarop we zijn opgevoed, erkennen we dikwijls alleen een voorwaardelijk soort liefde. Ook in liefdesrelaties draait het meestal om deze manier van ‘liefhebben’: ik houd van je, als je zus of zo doet…’ Rumi, de Perzische filosoof, dichter en soefi-mysticus, gaf ons wat dit betreft een vingerwijzing:

Your task is not to seek love, but merely to seek and find all barriers within yourself that you have built against it.

Deze uitspraak impliceert dat de liefde er al is – en waarom zou je zoeken naar iets wat er al is? Het punt is dat we niet lijken te zien wat er is. Adyashanti zegt het zo:

True love has nothing to do with liking someone, agreeing with him of her being compatible. It is love of unity, a love of seeing God wearing all the masks, and recognising itself in them all. With this love you can feel the walls of opposition come down naturally in the acknowledgement of deep connection. Not only do the walls of opposition fall, but love is felt for every human being and for life itself.

De Liefde is er al

Nu klinkt dat natuurlijk prachtig, maar de vraag is hoe je deze onvoorwaardelijke liefde, deze liefde met een hoofdletter L, kunt ervaren. Hiervoor haalt Grün de dichter Antoine de Saint-Exupéry aan, die gezegd schijnt te hebben dat liefde zelfs al aanwezig is in het verlangen naar liefde. Grün schrijft:

Dat verlangen kan ik voelen. Ik hoef alleen maar een hand op mijn hart te leggen en naar mijn innerlijk te luisteren. Dan kom ik in contact met mijn verlangen, en het gaat erom daarin de liefde waar te nemen. Ze is al in me. In het verlangen naar liefde is al een liefde, die niemand me kan betwisten.

Of je het nu gelooft of niet… alles is liefde.