In zijn boek ‘Benedictijnse regels voor een gelukkig leven’ geeft Anselm Grün tien gouden regels die de mens naar zijn zeggen nodig heeft om geluk te ervaren. In deze KernZin verken ik zijn eerste regel, die van de oplettendheid.

Mindfulness avant la lettre

Zonder dat Grün het woord gebruikt, schrijft hij in dit hoofdstuk natuurlijk over een onderwerp dat hartstikke hot is: mindfulness. Hij noemt het oplettendheid en haalt in dit kader ook woorden als ontwaken, hoogachten (via het Duitse woord voor oplettend, achtsam), behoedzaam en zachtmoedig aan. Zachtmoedigheid en oplettendheid, zegt hij, horen bij elkaar:

Ik let op het moment. Ik heb eerbied voor elk briesje, voor het gereedschap waarmee ik werk, voor de pullover die ik oplettend aantrek, voor de bril die ik opzet. Ik zoek behoedzaam mijn weg. Ik heb eerbied voor elke stap die ik zet. Want elke stap voert me naar het leven, als ik hem maar oplettend genoeg zet.

Heilige aardappels

Door oplettend te zijn, kom je in contact met de dingen. Als ik niet oplettend ben, ga ik gehaast de aardappels schillen en maak ik geen contact. Doe ik dat wel, dan voel ik iedere aardappel in mijn hand, dan ruik ik ze. Dan besef ik dat ze vanuit de donkere aarde naar het licht zijn toegegroeid en voel ik me dankbaar dat ik ze klaar mag maken en dat ze me tot voedsel kunnen dienen. De boeddhistische Thich Nhat Hanh zegt het zo:

In the sunlight of awareness, everything becomes sacred.

Zonder bewustzijn, zonder oplettendheid, ontgaat je het wonder, de rijkdom en de diepte van het leven. Dan is het schillen van de aardappels domweg een van de vele klusjes die je nog moet doen en waar je voor je gevoel geen tijd voor of geen zin in hebt (of allebei).

In de greep van de roze olifant

Oplettendheid heeft ook betrekking op je gedachten. Het gaat er daarbij niet om dat je je hersenspinsels onder controle zou willen of moeten houden – integendeel. Als je dat wilt, dan lukt dat immers niet, denk maar aan die roze olifant waar je niet aan mag denken… Oplettendheid gaat over waarnemen, niet over oordelen. Ik neem mijn gedachten dus waar, maar heb er geen oordeel over, ze mogen er zijn. Zo kunnen ze verdwijnen zoals ze zijn opgekomen, of misschien van vorm veranderen. Als ik er niets mee hoef of wil, beheersen ze me ook niet. Zodra ik mijn gedachten ga beoordelen, ze niet wil of anders wil, hebben ze me in hun greep. Dan ontstaat er een innerlijke strijd die onvermijdelijk lijdt tot frustratie of pijn. De Indiase Shri Chinmoy zei:

Paradise is not a place; it’s a state of consciousness.

Kwestie van opletten

Grün haalt ook Thich Nhat Hanh aan, die zegt dat niet gelukkig zijn simpelweg samenhangt met het ontbreken van oplettendheid. Geluk ervaren heeft dus niets te maken met een plek of een toestand die ik in de toekomst kan bereiken. Het gaat erom hoe ik dat wat er nu is ervaar – en daar heeft oplettendheid juist weer alles mee te maken. Van “Ik weet zeker dat ik echt gelukkig ben als ik die (andere) baan/relatie/nieuwe smartphone/grotere auto” heb naar “Ik ervaar nu en altijd geluk, als ik maar goed genoeg oplet”… Het is even schakelen, maar dan heb je gelukkig ook wat!