Ik mag graag gelijk krijgen. Als je gezegend bent met een taaltalent als het mijne, is het niet zo moeilijk om het op woorden te winnen – anders gezegd, om je ‘tegenstander’ onder tafel te kletsen. Maar de laatste tijd ben ik gaan inzien dat die tegenstander er misschien wel heel anders uitziet dan ik altijd gedacht heb…

Zo niet, dan toch

De afgelopen tijd kwam ik meer dan eens in een situatie terecht waarin ik heel, heel erg graag gelijk wilde krijgen. Dat is trouwens iets wat ik van vroeger herken, die neiging om altijd maar mijn gelijk te willen halen; vooral met mijn vader, die zijn mening ook het liefst door iedereen onderstreept zag, had ik nog wel eens flinke discussies. Niet dat ik er een trauma aan over heb gehouden hoor. Maar ik herinner me wel dat ik, al discussiërend, soms ineens besefte dat het me al lang niet meer ging om de inhoud van de discussie, maar vooral om het eindresultaat: koste wat kost gelijk krijgen, dus.

Met mijn vader heb ik die verbale schermutselingen inmiddels niet meer, maar dat wil niet zeggen dat ik het niet nog net zo waardeer als ik een ander van mijn gelijk weet te overtuigen. Hoewel…

De weerbarstige werkelijkheid

Recentelijk had ik te maken met een kwestie waarin ik het grootste gelijk van de wereld had. Verschillende mensen om me heen bevestigden me in mijn gelijk: zoals ik het zag, zo was het, zo zou het absoluut moeten zijn. Maar hé, de werkelijkheid deed daar niet aan mee: ik had te maken met een ‘opponent’ die de dingen op een eigen manier blééf doen, zelfs al had ik de hele wereld aan mijn kant. Tja, wat koop je dan voor je gelijk? Weinig, behalve héél veel frustratie en boosheid. En natuurlijk het risico een verbitterde, oude zuurpruim te worden. En ineens besefte ik dat ikzelf misschien wel mijn gevaarlijkste tegenstander was: je kunt wel vinden dat je een deur open moet kunnen rammen met je hoofd, maar als de deur dicht blijft zitten, beschadig je met dat rammen uiteindelijk voornamelijk je hoofd.

Gegarandeerde misère

Dat was het moment waarop ik de KernZin van november tegenkwam, en wel op website van schrijfster Danielle LaPorte. Misschien ken je het wel, het was zo’n uitspraak die als eye-opener precies op het goede moment kwam:

Do you want to be right, or do you want to be free? (Choose ‘free’)

Ineens zag ik dat ik, door maar vast te blijven houden aan ‘mijn gelijk’, de randvoorwaarden creëerde voor mijn eigen misère. Dat ik daarmee gevangen zat in een cel die ik zelf had gebouwd. Ja, ik was er volledig van overtuigd dat ik gelijk had, en nee, de ander zou mij nooit gelijk géven. Ik moest denken aan de oosterse krijgskunst, waarin meebewegen met de tegenstander leidt tot de overwinning – of in ieder geval tot minder pijn aan je hoofd.

Nieuw op het repertoire

Met dit inzicht ontstond er een nieuwe mogelijkheid in mijn repertoire aan reacties op de omstandigheden. Waar er eerst alleen A. ik krijg gelijk en B. ik krijg niet gelijk waren, was er nu een derde optie: ik accepteer dat ik geen gelijk krijg en ontsla mezelf van de verplichting daar een probleem mee te hebben. Want uiteindelijk voelde ik dat ‘vrij zijn’ zwaarder telde dan dat stomme gelijk krijgen en man, wat was dat een bevrijdende gedachte!

Vooral dat stuk van mezelf ontslaan van die verplichting is nog een behoorlijke uitdaging, trouwens – misschien zelfs wel mijn voornaamste uitdaging. Natuurlijk wist ik al lang dat ik niet altijd en van iedereen gelijk zal krijgen: een ander ziet zijn of haar waarheid immers als net zo waar als ik de mijne. Maar ik ben wel iemand die zich, na dat besef, heel lang verantwoordelijk blijft voelen voor dingen en dat leer je ook niet zo een, twee, drie af. Maar toch voelde ik meteen al meer ruimte.

Zonder overwinning geen strijd

Nee, ik kreeg geen gelijk, maar ik had wel mijn grens afgebakend, was daar blijven staan en had vervolgens de verantwoordelijkheid voor de gevolgen gelaten waar die hoorde: bij de ander.

Het deed me denken aan wat de Engelsen zeggen: ‘No pain, no gain’. Dat kan zoveel betekenen als ‘wie mooi wil zijn moet pijn lijden’, maar neutraler vertaald is het natuurlijk gewoon ‘zonder pijn geen winst’. Misschien, zo bedacht ik me, werkt het ook wel andersom: ‘No gain, no pain’. Want als het niet langer draait om de winst, wat doet er dan nog pijn?