In zijn boek ‘Benedictijnse regels voor een gelukkig leven’ geeft Anselm Grün tien gouden regels die de mens naar zijn zeggen nodig heeft om geluk te ervaren. In deze KernZin verken ik zijn tiende en laatste regel, die van de tevredenheid.

Alledaagse tevredenheid

Na grootse thema’s als dankbaarheid, harmonie en liefde leek de tiende regel van Grün mij in eerste instantie een beetje een anticlimax. Tevredenheid, het klonk me ineens zo gewoontjes, zo weinig meeslepend en spiritueel in de oren… Toen ik er nog eens wat beter over na ging denken, ontdekte ik echter dat het woord verschillende ladingen kan hebben. Tevreden in de betekenis van ‘voldaan’ heeft inderdaad wel iets alledaags; zo kan ik me bijvoorbeeld al voldaan voelen na een gezonde, voedzame maaltijd (vooral als ik veel trek had voordat ik ging eten). Ook een stevige wandeling of een fietstocht tegen de wind in kan me wel dat soort tevredenheid bezorgen.

Maar… als je dit voldaan-zijn na bijvoorbeeld die goede maaltijd opmerkt (regel 1) en je er dankbaar voor voelt (regel 3), beseft dat het bijdraagt aan je gezondheid (regel 6) en kans ziet om levensvreugde te voelen (regel 7) over het feit dat je in de weelde leeft dat je iedere dag te eten hebt, dan kan ook deze vorm van tevredenheid zeker een bijdrage leveren aan een gelukkig leven.

Innerlijke vrede

Er is echter ook een ander soort tevredenheid, een soort die misschien beter te omschrijven is als (innerlijke) vrede. Grün legt dan ook uit dat het woord ‘tevreden’ eigenlijk tot vrede of tot rust brengen betekent:

‘Vrede’ is van oorsprong een beschermde, een omheinde plek, waar men als vrije en in vriendschap verbonden mensen met elkaar kan leven. Tevreden is de mens die deze plek van vrede bereikt heeft. Het voorvoegsel ‘-te’ geeft een beweging aan.

[…] Daarom is tevredenheid geen houding die we van nature bezitten, maar een weg naar vrede met onszelf die we steeds opnieuw moeten inslaan.

In deze betekenis is dat wat op het eerste gezicht een anticlimax leek de absolute apotheose van het boek van Grün. Het bereiken van vrede staat dan gelijk aan het realiseren van de natuurlijke staat, aan het herkennen van onze ware natuur. In dit hoofdstuk komen alle andere hoofdstukken uit het boek samen – en ineens zag ik ook allerlei parallellen met de mooie dingen die ik de afgelopen tijd las, onder meer in ‘Verslaafd aan denken’ en ‘Verslaafd aan liefde’ van Jan Geurtz (waarover later meer).

Liefdevolle vriendelijkheid

Wat ook weer in me opkwam, was de uitspraak van Adam Chacksfield die ik in mijn vorige blog aanhaalde: ‘There is such gentleness in awareness.’ Daarin keek ik naar ‘gewaarzijn’ als de open ruimte waarin plek is voor alles, wat het ook is, waarin het Ene zich manifesteert als het vele. Maar ‘awareness’ is natuurlijk ook de manier waarop we naar ‘onszelf’ kijken, naar de manier waarop onze personage zich manifesteert als een uitdrukking van het Ene. Dan heeft gewaarzijn de betekenis van oordeelloze, liefdevolle vriendelijkheid – en daar is dan ineens een link met de eerdergenoemde titels van Geurtz, die immers grotendeels draaien om het ontdekken en ontwikkelen van deze liefdevolle vriendelijkheid.

Geurtz zet in ‘Verslaafd aan liefde’ uiteen uit welke lagen onze identiteit bestaat (ons negatieve geloof/zelfbeeld, de basisregels waar we ons aan moeten houden om te ‘voldoen’, de mechanismen die ons tegen afwijzing moeten beschermen en tot slot ons imago). Hij haalt daarbij de boeddhistische wijsheid aan dat al het lijden ontstaat door onze gehechtheid aan een onjuist zelfbeeld en zegt hierover:

Zo is onze volmaakte natuur, de boeddha in elk van ons, afgevoerd en meegevoerd door haar eigen projecties en daardoor vervreemd geraakt van zichzelf. Telkens als we hiermee geconfronteerd worden, voelen we ons ongemakkelijk en ontheemd in die vervreemde staat van zijn. En dan vluchten we snel voor dat gevoel in een nieuwe afleiding. Dat is de vicieuze cirkel van samsara, het zichzelf in stand houdende mentale lijden. Telkens als we bekneld zitten in zelfafwijzing is het de innerlijke boeddha die bevrijd wil worden en pijnlijk hard op onze deur bonst. En telkens weer laten we de deur dicht en vluchten we weg van onszelf in een nieuwe afleiding. Heel begrijpelijk. Maar niet handig.

Aanwijzingen voor onderweg

Grün zegt over vrede en zelfafwijzing:

Om verder te kunnen groeien, moet ik eerst vrede krijgen met wat ik ben en hoe ik mezelf zie. Als ik tegen mezelf tekeerga en mezelf ten diepste afwijs, zal ik niet verder komen. […] Niet de omstandigheden, niet mijn inkomen en niet mijn gezondheid bepalen of mijn leven al dan niet slaagt, maar uiteindelijk mijn instelling tegenover het leven.

Soms lijken alle dingen op ‘hetzelfde’ te wijzen. In mijn leven voert alles de laatste tijd naar deze materie, naar de weg die ons terug leidt naar onze ware natuur. Zoals zenleraar Shunryu Suzuki zei:

Het allerbelangrijkste is te ontdekken wat het allerbelangrijkste is.

Terwijl ik de laatste bladzijde van ‘Verslaafd aan liefde’ las, kreeg ik van David & Arjan, de mannen van ‘365 dagen succesvol‘, een link naar een interview met… inderdaad, Jan Geurtz. En terwijl ik in gedachten bezig was met het onderwerp van deze blog over het laatste hoofdstuk van ‘Grün’ en me afvroeg wat mijn volgende inspiratiebron zou zijn, werd me ineens duidelijk dat die inspiratiebron zich al aangediend had en wel in… inderdaad, het eerdergenoemde boek van Geurtz. Maar dat is iets voor een andere post. Zo prachtig, hoe alles samenvalt en een aanwijzing vormt voor de volgende stap! Daar kan ik me nu érg tevreden over voelen!