Vaak is in je jeugd al zichtbaar waar in je latere leven je passie ligt; in mijn geval was dat – hoe voor de hand liggend! – schrijven. Een mooi uitgangspunt voor de KernZin van oktober…

Stoere taal

Als ik terugkijk op mijn jeugd, had het taalvirus mij al jong te pakken: toen ik eindelijk naar de ‘grote school’ mocht, kon ik niet wachten om te leren lezen en schrijven en mijn leeshonger was zó groot dat ik in wat toen nog de eerste klas heette al extra stof kreeg aangeboden. Oefeningen met wat meer uitdaging (ja ja, in 1977 deden ze al aan passend onderwijs), die ik mocht doen met een enorme koptelefoon op mijn hoofd – stoer, man!

Genetische afwijking

Ik denk trouwens dat ik die taalmanie van mijn moeder heb. Niet dat zij tekstschrijver was, maar taalgevoel had ze wel. Ze schreef ieder jaar weer een hele serie Sinterklaas-gedichten die stuk voor stuk liepen als een trein. En dan was er ook nog de tomatensoep; toen mijn moeder op een dag soep uit een zakje wilde maken, kwam er uit de verpakking niet alleen soeppoeder tevoorschijn, maar ook een enorme, roestige spijker. Ze stuurde de spijker op naar de soepfabriek, met een fantastisch, humoristisch gedicht erbij over dat de soepmakers de kreet ‘extra rijk gevuld’ nu wel op een heel bijzondere manier interpreteerden.. In antwoord op haar creativiteit kreeg ze een hele doos (iets minder rijk gevulde) soepjes toegestuurd. Genetisch bepaald dus, dat is duidelijk.

Geheime verzameling

Zoals gezegd, het openbaarde zich bij mij al op jonge leeftijd. Waar klasgenoten peentjes zweetten op een opstel, kon je mij geen groter plezier doen dan met een flinke schrijfopdracht. Zelfs strafregels schrijven vond ik leuk! Ik schreef dagboeken en schriftjes vol met alledaagse belevenissen en diepe zielenroerselen en natuurlijk had ik ook mijn ‘geheime verzameling’…

Mijn vader verzamelde postzegels en bedacht op een dag dat ik dat misschien ook wel leuk zou vinden, postzegels. En zo kreeg ik een eigen album met een aantal zegels om mee te beginnen. Ik tuurde en tuurde door een vergrootglas naar de stukjes papier, maar kwam er niet achter wat er nu zo boeiend aan was. Niet echt in de wieg gelegd voor het verzamelen van postzegels, dus. Mijn geheime verzameling bevond zich in een kastje in mijn slaapkamer en bestond uit een schriftje met… woorden. Inderdaad, ik verzamelde als kind mooie woorden! Metamorfose, chaperonne, cascade, extraordinair, charismatisch, enigma… ieder woord dat me aansprak, noteerde ik en ik herinner me hoe ik die rijtjes woorden af en toe langsliep, genietend van de klanken en het gevoel dat ze me gaven.

Hervonden passie

De kracht van taal, die voelde ik toen al zo overduidelijk. Dus ja, in mijn jeugd was inderdaad al goed zichtbaar waar later mijn passie zou liggen. Waar mijn vuurtje van zou gaan branden, zoals Danielle LaPorte zegt in haar boek ‘The Fire Starter Sessions’. Ik citeer Danielle op deze site:

If it doesn’t light you up, you’re not the right person for the job.

Jammer dat het soms bijna een half mensenleven duurt voordat je dat zelf inziet en in die jeugdliefde je ware roeping herkent! Hoewel, misschien is dat halve leven er ook wel gewoon voor nodig om uiteindelijk vol overtuiging te kunnen handelen naar die passie. Ik ben hoe dan ook blij dat ik mijn oude liefde niet alleen hervonden heb, maar er inmiddels zelfs mijn werk van heb gemaakt. Ieder moment waarop ik zo in een tekst opga dat ik alles om me heen vergeet, bewijst voor mij dat ik op het goede spoor zit!