In zijn boek ‘Benedictijnse regels voor een gelukkig leven’ geeft Anselm Grün tien gouden regels die de mens naar zijn zeggen nodig heeft om geluk te ervaren. In deze KernZin verken ik zijn negende regel, die van de stilte.

Niet eenvoudig

Stilte. Ergens weten we denk ik heel diep van binnen allemaal wel dat stilte belangrijk is, maar tegelijkertijd lijkt het erop dat veel mensen er alles aan doen om de stilte juist te vermijden. Als je altijd maar druk, druk, druk bent, je agenda vol met (weliswaar veelal leuke) afspraken, de gaatjes die overblijven gevuld met het lawaai van nieuwsberichten en alle andere vormen van informatie en afleiding die voortdurend op je afkomen, dan is er natuurlijk weinig ruimte voor stilte.

Stil worden, dat is nog niet zo makkelijk. Allereerst omdat het praktisch gezien gewoon niet meevalt om je even af te wenden van al het ‘rumoer’. Onder die praktische reden ligt echter iets diepers. Grün zegt over mensen die proberen stil te worden:

Want dan melden zich boosheid en teleurstelling. Soms duikt ook de angst op of hun leven eigenlijk wel klopt of dat ze aan zichzelf voorbijleven. Schuldgevoelens komen omhoog, maar daarmee willen ze helemaal niets te maken hebben. Daarom grijpen ze naar de een of andere bezigheid, zodat ze niet geconfronteerd worden met hun eigen waarheid. We kunnen alleen stil worden als ons innerlijke oordelen en veroordelen tot zwijgen komt.

Actieve creatie

Wie stilte een plek wil geven in zijn of haar leven moet keuzes maken – althans, dat is mijn eigen ervaring. Lawaai, beweging en geluid dienen zich als vanzelf aan, maar het vergt een actief besluit om ruimte voor stilte te creëren. In mijn eigen leven betekent dat bijvoorbeeld dat ik jaren geleden gestopt ben met televisiekijken. In mijn gezin is nog wel een tv aanwezig, maar die staat in de berging en halen we alleen tevoorschijn als we een dvd willen kijken – iets wat slechts sporadisch voorkomt. Daarnaast lees ik geen landelijke kranten en luister ik uitsluitend ’s ochtends om 06.30 uur naar een nieuwsflits van zo’n vijf minuten. Dit alles betekent naar mijn idee (al denken sommige mensen daar misschien anders over) niet dat ik ‘wereldvreemd’ ben; ik bevind me dagelijks op internet, waar ik het nieuws zelf op kan zoeken als ik het idee heb dat er iets ‘belangrijks’ speelt.

Door geen tv te kijken en het nieuws hooguit heel gericht te volgen, is er als vanzelf veel meer ruimte voor stilte in mijn leven ontstaan. Ik beschouw dat als een groot goed en heb nooit het idee dat ik iets mis vanwege deze keuzes.

Het lawaai accepteren

Bij het woord stilte denken veel mensen waarschijnlijk al snel aan meditatie – want dat heeft toch iets te maken met het rustig maken van je geest, of zo? Wat meditatie precies is en ‘doet’ (of zou moeten doen), daar lopen de meningen over uiteen. Als je verwacht dat het je geest rustig maakt, dan zou je echter wel eens teleurgesteld kunnen worden: met onze westerse ‘monkey minds’ is mentale stilte immers niet zomaar bereikt. In het woordje ‘bereikt’ schuilt dan trouwens meteen een deel van de misverstanden die leven over mediteren. Meditatie gaat misschien namelijk niet zozeer om iets bereiken, maar meer om iets loslaten, of beter nog: accepteren. En niet om zomaar iets accepteren, maar om álles accepteren, precies zoals het zich hier en nu aandient. De stilte die daarbij eventueel ontstaat, lijkt mij een – overigens heel wezenlijk – bijproduct van die acceptatie.

Heilige ruimte

Waarom die stilte wezenlijk is, weet Grün duidelijk te benoemen:

Door de eeuwen heen hebben de mystici gesproken over een ruimte van stilte, die in ieder mens schuilt. We hoeven die ruimte niet te maken, want ze is allang in ons. We zijn alleen vaak afgesneden van haar en merken haar daarom niet op. We komen in deze ruimte van stilte via meditatie. Zorgen en gedachten hebben geen toegang tot haar. Ook mensen met hun verwachtingen en eisen kunnen niet in deze ruimte komen. Het is een heilige ruimte, waarin we heel zijn en compleet. In de stilte ervaren we wie we zijn.

Nu onderscheidt Grün een uiterlijke en een innerlijke stilte. Bij die laatste denkt hij aan het zich onthouden van oordelen en veroordelen. Hij zegt dan ook:

Zwijgen betekent: onszelf verbieden om over anderen te oordelen of hen te veroordelen. Wie zo zwijgt, vindt innerlijke rust.

Oordelen over oordelen

Persoonlijk heb ik met die gedachtegang wat meer moeite. Ik denk dat alles wat je jezelf verbiedt alleen maar hardnekkiger wordt. Als ik mediteer (maar eigenlijk ook als ik dat niet doe), beschouw ik mezelf als de open ruimte waarin alles wat zich aandient, zich aandient. Gedachten, gevoelens, oordelen… dat is waar ik op doel met ‘acceptatie’: alles wat opkomt, heeft een plek. Mocht er op een bepaald moment de neiging zijn om dat wat ópkomt te veroordelen, dan is ook dat iets wat opkomt… In een interview op Buddha at the Gas Pump hoorde ik Adam Chacksfield onlangs (ongeveer) het volgende zeggen over bewustzijn:

There is such gentleness in awareness…

Dat is wat mij betreft zo’n prachtige bedding voor, nou ja, voor zo’n beetje ‘alles’: gewaarzijn veroordeelt niets, alles mag er zijn zoals het is. Gewaarzijn is mild, vriendelijk en zachtmoedig voor alles wat erin opkomt. Het leven drukt zich uit via ons, in alles wat we denken, voelen en ervaren – dus ook via ons oordelen en veroordelen. Adam Chacksfield zei in het genoemde interview niet alleen dat gewaarzijn mild is, maar ook dat wij mensen zo ‘onschuldig’ zijn (“we are so innocent”) en ook dat vind ik een prachtige gedachte. Niet als vrijbrief om zomaar alles te mogen doen, maar als bevestiging van het feit dat we niets hoeven te veroordelen: onszelf niet, onze gedachten en emoties niet, onze omstandigheden niet. En dus ook onze neiging om te oordelen niet.

Dezelfde stilte

Het lijkt erop dat Grün wat meer mogelijkheden ziet dan ik om die innerlijke stilte ‘af te dwingen’. Maar uiteindelijk hebben we wel dezelfde kijk op stilte. Grün schrijft:

Ga eens in je kamer zitten. Probeer om helemaal niets te doen, niets te denken, niets te lezen, niets te plannen. Geniet simpelweg van de vrede die in je kamer is. En probeer helemaal in het nu te zijn. Je neemt alleen de stilte waar. […] Je hoeft niets te bewijzen, nergens over na te denken, niets te presteren. Je bent er gewoon. En het is goed zo. Dat is ware stilte: de gedachten zwijgen, de oordelen zwijgen, de angsten zwijgen, rond al die problemen is het stil geworden. Niets beheerst je. Je bent vrij.

Ik schreef er een haiku over:

stilte was er al
zelfs als je haar elders zocht
neem het Nu maar aan