Tot nu toe is de herfst dit jaar relatief lauw en dus hebben we nog maar weinig hoeven stoken. Maar wie weet wat ons de komende maanden nog te wachten staat… Ik ben geen liefhebber van winterse kou, maar in Nederland kun je maar het beste met alles rekening houden.

Bibberend ontbijten

Deze week kwam ik op Sprokkelen, een blog die ik graag lees, een rijtje tips tegen waarmee je kunt besparen op je stookkosten. Nu kan ik me voorstellen dat niet iedereen openstaat voor deze in sommige gevallen vrij rigoureuze tips, maar ik werd er wel blij van. Vooral van het beeld van ‘met je rug tegen een opwarmende radiator je ontbijtje eten en je krantje lezen’ kreeg ik een warm gevoel van binnen (zelfs al ontbijt ik altijd aan tafel en lees ik geen krant). Het deed me denken aan mijn jeugd, waarin je me in de winter kon uittekenen met mijn rug tegen de radiator – uiteraard met een boek in mijn handen!

Dominante geldhond

Waar ik daarentegen geen warm gevoel van kreeg, was een passage uit een boek dat ik aan het lezen ben en die me in dit kader weer te binnen schoot. Of hoewel, eigenlijk kreeg ik het er wel even warm van, maar dan meer vanwege ergernis. Ik las het betreffende stukje in ‘Sterrenstof’ van Susan Smit. In het hoofdstuk over bezit en uiterlijkheden schrijft ze: “Ik las ergens dat Andries Knevel niet toestaat dat de verwarming in zijn huishouden hoger dan achttien en een halve graad wordt gezet. Zie hem voor je, met het puntje van zijn tong uit zijn mond aan de thermostaat draaiend tot hij precies op achttien, nou vooruit, op achttien en een halve graad staat terwijl hij zijn vrouw, die ostentatief zit te rillen van de kou, toebijt dat ze ‘dan maar een warme trui aan moet trekken’. Het modieuze excuus dat hij hiervoor aandraagt is het milieu, maar iets zegt me dat meneer Knevel gewoon ordinair de hand op de knip houdt. In België noemen ze zo iemand een geldhond.”

Stiekeme praktijken

Laat Susan de tips op Sprokkelen maar niet lezen! De fladderige outfit die ze op de omslagfoto van haar boek draagt bezorgt mij, zelfs al is het nog allesbehalve winters koud, al rillingen. Als ik me zo voorstel hoe Susan haar columns zit te tikken in haar werkkamer, dan is dat vast in een luchtig jurkje van esoterisch verantwoorde sterrenstof – en hoogstwaarschijnlijk níet met vingerloze wanten aan. Ondertussen, zo fantaseer ik erop los, draait haar partner (momenteel waarschijnlijk fictieve partner: uit haar Happinez-column heb ik begrepen dat het uit is met haar grote liefde) ’s avonds voordat hij naar bed gaat stiekem de thermostaat naar beneden. Zelfs al is Susan nog op. Dat deed haar vader vroeger ook, zo vermeldt ze in haar boek. Tja, als hij het openlijk had gedaan, had hij het waarschijnlijk met zijn eega aan de stok gekregen… En nee, ik ga hier geen grapjes maken over waarom Susan en haar partner niet meer bij elkaar zijn, dat lijkt me nogal flauw.

Voor de duidelijkheid: ik heb meerdere boeken van Susan met plezier gelezen en ook haar columns vind ik vaak leuk. Wat me in haar werk onder meer aanspreekt is wat ze uitdraagt over het volgen van je eigen pad, je eigen wijsheid. In ‘Sterrenstof’ schrijft ze in een brief aan haar dochtertje: “Wees kritisch en denk zelfstandig na – ook over zaken die iedereen voor waar aanneemt en volkomen vanzelfsprekend vindt.”

Etiketteren of inspireren?

Bij mij in huis staat de thermostaat – schrik niet – in principe niet hoger dan achttien graden. Als ik het koud heb, trek ik meer kleren aan. Mijn kinderen krijgen bij andere mensen thuis de indruk dat zomer en winter in een shirtje met korte mouwen rondlopen de normaalste zaak van de wereld is. Soms klagen ze dat het bij ons altijd koud is, maar dan raad ik ze aan om eerst maar eens een vest of een trui aan te trekken; ze lopen steevast in een t-shirt rond. Net als Susan hoop ik mijn kinderen het belang van kritisch en zelfstandig nadenken mee te geven: dat ‘iedereen’ zijn hele huis opstookt tot eenentwintig graden, betekent dat dat wij dat ook moeten doen? Later kunnen ze dan hopelijk de keuzes maken die bij hen passen en treffen ze mensen op hun pad die hen in deze keuzes ondersteunen – of hen daar in ieder geval niet belachelijk om maken. Ik mag mijn blikveld af en toe graag verruimen met de ecologische eenvoud van Green Evelien. Zij ziet ecologisch leven niet als een versobering, maar juist als een verrijking. Zonder te preken, leeft Evelien voor hoe je duurzaam leven vorm kunt geven. En om eerlijk te zijn inspireert dat me meer dan iemand die een ander het stempel ‘geldhond’ opdrukt; wie weet zit mevrouw Knevel wel zielstevreden onder haar plaid op de bank, terwijl ze het perfect afstellen van de thermostaat met liefde aan de deskundigheid van meneer Knevel overlaat…