Je werk doe je het liefst goed, toch? Als iemand je voor jouw diensten betaalt, dan is het een erekwestie om de ander waar voor zijn of haar geld te leveren. Als het even kan zonder fouten, uiteraard. Maar wat je ook doet, het is en blijft mensenwerk en een vouwtjefoutje is dan ook snel gemaakt.

Groen haar

Stel dat je kapper bent, wat is dan je ergste nachtmerrie? Waarschijnlijk iets in de trant van een blondeersessie die leidt tot een lichtgevend groen resultaat. Precies zo zal een aannemer misschien wel eens zwetend ontwaken uit een akelige droom over een net opgeleverde dakkapel die zo lek blijkt te zijn als een mandje. En om de lijn nog even door te zetten: als tekstschrijver heb ik wel eens nachtmerries over teksten van mijn hand die vol blijken te staan met fouten.

Kop in het zand

Tja, fouten maken… het is mijn hobby niet. Fouten van anderen opsporen vind ik daarentegen wel erg leuk (taalfouten dan, hè?). Gelukkig zijn er zelfs mensen die me dáár voor willen betalen, zoals in het geval van redactiewerk. Maar mijn eigen fouten? Een mooie uitspraak in dit kader komt van ene Harold J. Smith:

“More people would learn from their mistakes if they weren’t so busy denying them.”

Dat is een diepe waarheid, natuurlijk. Wat dit rake citaat iets minder deprimerend maakt, is dat je volgens mij ook wel weer iets kunt leren van de manier waarop je in het verleden niets van je fouten leerde. Snap je wat ik bedoel? Als ik naar mezelf kijk, dan had ik er in het verleden veel meer moeite mee om mijn fouten te erkennen. Als iemand me op een fout wees, dan probeerde ik uit alle macht een of ander excuus te verzinnen. Stom natuurlijk, want fouten maken is menselijk en dat ontkennen had meestal weinig zin: de ander wist dat ik fout zat en ik ook! Bovendien voelde dat gedraai ook nog eens erg ongemakkelijk.

Ruimte voor verbetering

Na veel van dit soort ongemakkelijke ervaringen weet ik gelukkig dat het ook anders kan. Ik denk eigenlijk dat ik bij toeval heb ontdekt hoeveel prettiger het is om fouten gewoon te erkennen. Het gebeurde gewoon een keer en ik dacht: ‘Was dit nu zo moeilijk?’ Nee, dat was – en is – het helemaal niet, integendeel. Als iemand me wijst op een fout is het zoveel makkelijker om dat te zien als opbouwende kritiek dan als een persoonlijke aanval. Heerlijk eigenlijk, om gewoon toe te kunnen geven. En zodra ik kan erkennen dat ik een fout heb gemaakt, ontstaat er ruimte om… inderdaad, van die fout te leren, om het de volgende keer beter te doen.

Domme ezel

‘Wie domme dingen doet wordt wijs’, zo betoogt Lisette Thooft in haar gelijknamige boek. Hoewel de spreekwoordelijke ezel zich niet twee keer aan dezelfde steen stoot, duurt het bij de menselijke soort vaak wat langer voordat het kwartje valt. Niet omdat we dommer zijn dan de gemiddelde ezel, maar juist omdat we méns zijn, met al onze patronen, conditioneringen et cetera. Voordat we een fout kunnen herkennen en erkennen, moeten we soms eerst vele keren ons hoofd stoten. Domme dingen doen garandeert geen onmiddellijke wijsheid. Maak dezelfde fout dus liever niet twee keer; maak hem minstens vier of vijf keer, zodat je zeker bent van je zaak en er helemaal klaar voor bent om er wijzer van te worden.

Afstand nemen

Een tijdje geleden kwam ik een eigen artikel tegen op een online platform en ja hoor, daar zat een spelfout in. Slordig! Ooit zou ik er misschien van wakker hebben gelegen, maar nu zie ik het vooral als een kans om nog beter te worden in wat ik doe. Om mezelf een routine aan te leren die de kans op fouten minimaliseert. Inderdaad, toch nog een keer de spellingchecker gebruiken. En altijd de tekst nog een keer hardop doorlezen – liefst een dag later, omdat ook tijd een bepaalde afstand tot je eigen werk creëert, waardoor je ineens dingen ziet die je eerder niet zag.

Hoe erg is het nu trouwens echt om fouten te maken? Het Japanse begrip ‘wabi sabi’ staat voor zoiets als ‘de schoonheid van de imperfectie’ en gaat ervan uit dat het juist de imperfecties zijn die iets mooi maken. Zijn het dan niet ook juist onze onvolmaaktheden die ons menselijk maken? Leonard Cohen drukte dat prachtig uit: “There is a crack in everything. That’s how the light gets in.”

Perfecte opluchting

Wat ik er inmiddels vooral van heb begrepen is dat de fouten die je maakt eigenlijk niet zoveel over je zeggen; het is vooral de manier waarop je met je fouten omgaat, die iets vertelt over wie je bent. Ik ervaar het als een opluchting om niet (zo) bang meer te zijn om fouten te maken. In de woorden van wijlen Salvador Dali:

“Have no fear of perfection – you’ll never reach it.”

Mooi, dat scheelt een boel energie! En dat geeft ons weer meer ruimte om ons te concentreren op dat waar het echt om gaat: de blondeersessie, de dakkapel of, in mijn geval, de d’s en de t’s. En af en toe een minder verkwikkende nacht vanwege een nachtmerrie? Dat maakt de eerstvolgende goede nachtrust des te meer tot een geschenk…