Een grijze dag. Op de fiets naar het stukje bos waar ik graag wandel, snijdt de waterkoude lucht in mijn handen. Maar even later verwarmen een mooie wandeling en een onverwachte ontmoeting mijn handen én mijn hart.

Lichaamsbeweging

Zoals ik al eerder schreef, beschouw ik mezelf als tekstschrijver als een echte ‘hoofdwerker’. Als je voor je werk vooral geestelijk actief bent, zul je voor het broodnodige evenwicht moeten zoeken naar een manier om ook je lichaam in beweging te houden. Met de hand afwassen is daar een klein, maar goed voorbeeld van. Als je het belang van buitenlucht en ‘groen’ in je leven inziet, zul je er echter ook op uit moeten.

Mijn bankje!

Tussen de middag fiets ik vaak even naar een op zo’n tien minuten gelegen stukje bos, waar ik dan een half uurtje loop. Vaak neem ik, in het kader van mijn ‘water en brood’-wandelingen, een stuk brood en wat water mee. Aan het eind van mijn rondje strijk ik dan graag even op een bankje neer om dat op te eten en drinken. Dit keer zag ik al op een afstandje dat er iemand op ‘mijn’ bankje zat en dat er een ligfiets naast stond geparkeerd.

Een goed gesprek

In korte tijd ging er van alles door me heen, van “hè, jammer dat er al iemand zit” tot “zou het iemand met een handicap zijn?” (vanwege de afwijkende fiets). Eenmaal dichterbij het bankje besloot ik echter gewoon te vragen of ik er even bij mocht komen zitten; de mevrouw in kwestie zat een boterhammetje te eten en het leek me dat ik dan mooi hetzelfde kon doen. Ze vond het helemaal prima en zo zaten we even later samen te eten en te praten.

Inspirerend vitaal

Terwijl drie paarden nieuwsgierig naar de rand van hun veld met winterse maïsstoppels waren gelopen om ons van nabij te bekijken, hadden we een leuk gesprek. Inspirerend ook, want deze mevrouw van zeventig jaar bleek nog volop in het leven te staan. Twee dagen in de week werkte ze in de (particuliere) thuiszorg, maar wandelen en fietsen deed ze ook graag. En dan niet zomaar een beetje fietsen: regelmatig rijdt ze op haar ligfiets naar haar kinderen in Lelystad en soms zelfs naar haar zoon in Rotterdam (maar liefst 110 kilometer). “Maar,” zo zei ze, “dat doe ik alleen met mooi weer, hoor.”

Hand- en hartverwarmend

Ook vertelde ze dat zij en haar man hun grote vrijstaande huis met veel grond zo’n twee jaar geleden hadden ingewisseld voor een klein rijtjeshuis. Ze miste het vrije uitzicht wel een beetje, maar was toch vooral blij met hun nieuwe plekje. Aan hun vroegere tuin had ze altijd werk gehad, en nu hield ze ineens tijd over. Kijk, een gesprek met iemand op leeftijd die nog zó volop leeft, daar krijg ik nu warme handen van!