Als je denkt volgens een bepaald stramien – zoals we dat gewoon zijn te doen – dan brengt dat doorgaans ook specifieke overtuigingen met zich mee. En via die overtuigingen kunnen zich zelfs bepaalde emoties aandienen. Totdat op een dag dat stramien wankelt, de overtuigingen nergens op gebaseerd blijken te zijn en de emoties smelten als sneeuw voor de zon. Wat een heerlijkheid!

‘Zalig zijn…

… de armen van geest’, zo staat in de bijbel. Klinkt natuurlijk prachtig en is vast ook heel erg waar, maar arm van geest zou ik mezelf bepaald niet op ieder moment (lees: zelden) willen noemen. In die bovenkamer van me wordt wat af gedacht, ik heb er zelfs al denkende een nieuwe term voor bedacht: ‘mindfullmess’. Middenin die overbevolkte hersenpan van me dagen echter af toe best ogenschijnlijk zinvolle, en soms zelfs behoorlijk ‘luchtgevende’ inzichten. Die overigens dan grappig genoeg weer lang niet altijd door denkwerk tot stand komen.

Sociaal wenselijk

Ooit had ik iemand in mijn omgeving die het zijn hele leven lang al moeilijk had met een bepaalde situatie. En zo hoorde ik mezelf zeggen dat ik het de persoon in kwestie zou ‘gunnen’ dat hij deze kwestie in zichzelf een plek zou weten te geven. Ik voelde zelfs enige teleurstelling over het feit dat hem dat maar niet leek te lukken en misschien ook wel een bepaalde vorm van medelijden – wat natuurlijk totaal zinloos was. Tegelijkertijd was er toen ik hierover met iemand anders sprak, heel diep van binnen ook een vaag soort besef dat dit niet was wat ik daadwérkelijk voelde. Wat aan de oppervlakte zat, leek eerder op een sociaal-wenselijke reactie; dat wat dieper zat, daar kon ik (nog) niet bij.

Zorg voor de ziel

Rond dezelfde tijd las ik in ‘Care of the soul‘ van Thomas Moore een passage die me raakte, maar die ik nog niet eens meteen op mezelf betrok. Hij schrijft daarin over een talentvolle, jonge vrouw die bij hem in therapie kwam omdat ze aan boulimia leed:

How do we observe these rites of the soul that are painful and even life-threatening? Does it make sense to give a place to horrible symptoms and hopeless compulsions? Is there any necessity in these extreme states that are beyond all rational control? When I hear a story like this and see a person so distressed, I have to examine carefully my own capacity for observance. Am I repulsed? Do I feel a savior figure rising up in me who will do anything to save this women from her torment? Or can I understand that even these extraordinary symptoms are the myths, rituals, and poetry of a life?

Zoals gezegd, betrok ik deze woorden toen ik ze las niet direct op mezelf – of toch wel?

Droomduidelijkheid

Diezelfde nacht, of eigenlijk tegen de ochtend, droomde ik twee dromen achter elkaar, die op het oog niets te maken leken te hebben met het voorgaande. Ze navertellen kon ik ook niet eens, en toch lieten ze me precies zien wat ik (kennelijk) moest zien. Eenmaal wakker herkende ik ineens de archetypische kwestie in de situatie met de persoon uit mijn omgeving en besefte ik dat deze zich ook in mijn eigen leven (en misschien ook wel in dat van andere mensen) doet gelden. In andere verschijningsvormen weliswaar, maar wel met hetzelfde ‘oermodel’ als basis. Ook zag ik dat ik, net als ik mijn persoonlijke strubbelingen zie als de ‘prima materia‘ voor mijn eigen groei, de worstelingen van eerdergenoemde persoon net zo goed als deze oersubstantie op kan vatten.

Magnum opus

Al met al was het voorgaande, in deze context, een ware verademing. Ineens bleek er geen ‘probleem’ te zijn: de situatie precies zoals die is, is voor degene die het betreft immers niets minder dan het ruwe materiaal dat onmisbaar is bij het creëren van zijn ‘magnum opus‘. Net zoals mijn persoonlijke ervaringen, frustraties, worstelingen et cetera nodig zijn voor mijn eigen Grote Werk. Ik kan en hoef van het proces van een ander (gelukkig!) helemaal niets te vinden; geen medelijden, geen vals ‘Ik zou het je zo gunnen’-sentiment. Ik hoef alleen maar mijn eigen vermogen tot waarneming te onderzoeken in het licht van deze situatie.

Bovenlicht

Hoe vaak heb ik eigenlijk geen idee van wat me beweegt? Dat is waarschijnlijk zelfs vaker het geval dan ik überhaupt besef. Het kan soms heel, heel lang duren voordat er iets begint te dagen – voor zover er uiteindelijk al iets gaat dagen. En dan heb ik het nog niet eens over het doorgronden van wat een ander beweegt. Eén ding is duidelijk: denkwerk is niet altijd de oplossing. Integendeel, waarschijnlijk; hoe leger het op zolder is, hoe meer licht er door het dakraampje kan vallen…