Vorige week deed ik mijn boodschappen bij de supermarktketen die voortdurend probeert te bewijzen dat hij de allergoedkoopste is. Het leverde een interessant moment van verwondering op…

Bewijsmateriaal

Momenteel hangen er als ‘bewijsmateriaal’ levensgrote kassabonnen aan weerszijden van het ingangspoortje. Aan de ene kant de bon van een boodschappenpakket bij super X, aan de andere kant de bon voor hetzelfde pakket bij de ‘allergoedkoopste’ (met – niet bepaald verrassend – een veel lager eindbedrag).

Net aan de andere kant van het poortje, bij de groente- en fruitafdeling, stuit ik op twee winkelende vrouwen die zich duidelijk ergens over opwinden. Ik hoor hoe de een tegen de ander zegt: “Ja, lekker, ze zeggen dan wel dat ze de goedkoopste zijn, maar dan moeten ze natuurlijk wel wat hébben!” Haar gezelschap was het roerend met haar eens…

Blind of slechtziend?

Ik, nieuwsgierig geworden, vraag me af waar ze het over hebben. Ah, daar zie ik het: ze wijzen op het koelmeubel met voorverpakte ‘aardappelproducten’. Goed, er is inderdaad wat meer ruimte in de koeling dan normaal, maar om nu te zeggen dat ze ‘niets’ hebben…

Dit is nu een mooi voorbeeld van de afgezaagde, maar hierbij maar weer eens empirisch bewezen uitdrukking over het glas dat half vol of half leeg is. Door je te focussen op die paar lege plekken, word je blind voor de 23 soorten aardappelproducten die er wél ‘gewoon’ liggen.

Geestelijk vakken vullen

Kleine kans dat je, met zo’n vertekend beeld, nog beseft wat een rijkdom onze supermarkten eigenlijk bieden. Of dat je op het idee komt om eens helemaal uit de band te springen en zelf wat piepers te jassen! Als je in de overvloed van een welgevulde supermarkt een paar lege plekken ervaart als een probleem – is er dan sprake van schaarste in de schappen, of schaarste in de geest?