Smaken verschillen, zo wordt vaak gezegd. Maar bij ‘smaak’ komt heel wat meer kijken dan smaak alleen. De nieuwe kleren van de keizer, bijvoorbeeld…

YouTube-sprookje

Een blog met een verwijzing naar een sprookje ligt voor de hand: ik verzorg op dit moment de redactie van een sprankelend boek over hoe je je dromen en wensen kunt verwezenlijken. En in dat boek staan, precies, sprookjes centraal. Dus op de een of andere manier leven deze oude, tot de verbeelding sprekende verhalen nu waarschijnlijk even extra in me. Toen een van mijn kinderen me onlangs een YouTube-filmpje liet zien, kwam dan ook meteen de link met een sprookje in me op.

Haute cuisine

Het betreffende filmpje speelt zich af op een exclusieve beurs waar de kopstukken uit de culinaire wereld samenkomen om zich een dag lang bezig te houden met het meest exquise voedsel. Althans, dat denken ze…

De jonge honden die het filmpje maakten, hebben zich op de een of andere manier binnen weten te kletsen op deze beurs om daar hun biologische en culinair uiterst verantwoorde hapjes te presenteren. Strak in het pak serveren ze hun gastronomische amuses en de kwaliteitsminnende deelnemers zijn het unaniem eens: dit is pure haute cuisine!

Wat niet weet…

Wat de geachte dames en heren topkoks niet weten, is dat onze jonge honden even tevoren nog een roemruchte fastfoodketen aandeden om de ingrediënten voor hun delicate voorgerechtjes in te slaan. Op de serveerschaaltjes liggen kortom, in stijlvolle stukjes gesneden… hamburgers en kipnuggets. Uiteraard gegarneerd met uitzonderlijk verfijnd smakende ‘zoete tomaatjes’ (ofwel: de ijskoude, keiharde ‘snoeptomaatjes’ waarvan valt te betwijfelen of die bij de MacDonalds ooit vrijwillig worden besteld).

… wat niet deert

Het was werkelijk tenenkrommend om te zien hoe de bourgondische elite zich uitputte in lyrische superlatieven bij het proeven van deze ‘exceptioneel smakelijke’ lekkernijen. Eén dame raakte zelfs zo opgewonden van de tongstrelende smaaksensaties dat ze er blosjes van op haar wangen kreeg.

Tja, en nu zit ik dus al dagen met een prangende vraag: proefden ze het wel, of proefden ze het niet? Hoe het antwoord op deze vraag ook luidt, het geeft in alle gevallen te denken…

Met de billen bloot

Proefden ze het niet, dan is dat een absolute devaluatie van het begrip ‘culinair’: we vinden iets kennelijk vooral lekker als we er op voorhand al van overtuigd zijn dat het lekker is. Bijvoorbeeld omdat op een culinaire beurs alles nu eenmaal ‘culinair’ is, omdat die bekende recensent het vindt, omdat het restaurant een ster heeft of omdat de supermarktglossy zegt dat dit een uitstekende wijn is – wat dus niet per se iets zegt over de daadwerkelijke smaak. En proefden ze het wel, maar hielden ze hun mond, bijvoorbeeld uit angst om uit de toon de vallen? Om eerlijk te zijn weet ik niet wat ik nu treuriger vind… Wie houdt wie hier nu eigenlijk voor de gek?

Op dit punt zag ik natuurlijk de link met het sprookje van de kleren van de keizer; kennelijk zijn we vandaag de dag nog net zo bevreesd om met de billen bloot te moeten als toen Hans Christian Andersen dat spraakmakende verhaal over de extravagante keizer en zijn bange onderdanen optekende. Gelukkig zijn er ook nu nog altijd jongetjes die geen blad voor de mond nemen en gewoon durven zeggen dat de keizer in zijn blootje loopt…

Schaamte- en pretentieloos

Het levert me vast geen entreebewijs voor een culinaire beurs op, maar ik schaam me er niet voor om te zeggen dat ik bijna altijd geniet van wat ik eet – dus ook die enkele keer dat we friet of Chinees halen. Gelukkig is het niet Michelin die in mijn keuken de scepter zwaait. Mijn maatstaf? Vier mensen die met een voldaan gevoel van tafel gaan – waarvan er drie respectievelijk al vijftien, dertien en negen jaar gedijen op mijn pretentieloze, maar voedzame kookkunst.