In de straat waar ik woon,
Staat een confirmatie;
Ik noem haar boom.

Net nog vibrerend groen,
Stemt zij haar kleed nu af
Op een nieuw seizoen.

Groen wordt geel en rood.
In stilte laat zij los
En geeft zij bloot.

Geen afwijzing van de tijd,
Maar leven met en als verval:
Belichaamde oneindigheid.

Deze stille overgave
Aan de loop der dingen,
Die verzet kent noch
Terughoudendheid,
Bevestigt wat je al weet:
Dat juist de tand des tijds
Toont waar het begon.
Het blad dat valt:
Terug naar de bron.