Vandaag maakte ik een reis.
Vanuit diepe dalen begaf ik me
Naar de hoogste toppen,
Ik volgde kronkelende paden,
Wegen die elkaar kruisten,
Soms een doodlopend spoor.
Ik aanschouwde gebieden die
Het licht sprankelend weerkaatsten,
In duistere schaduw gehulde regionen,
Vochtige streken en droge contreien.
Langs groeven ging ik en geulen,
Over glooiingen en plooiingen,
Alles in kleurschakeringen die ik
Niet eens benoemen kan.
En ik wist dat ik,
Hoe lang ik ook zou reizen,
Nooit ten diepste door zou dringen
In dit oneindig mysterieuze land
Dat zich niet doorgronden laat
– zeker niet door het verstand.

Vandaag maakte ik een reis
Langs de binnenkant
Van mijn linkerhand.