Na een jarenlange knipperlichtaffaire (en eerlijk is eerlijk, veel gelonk naar alternatieven) heb ik er een punt achter gezet. Dat ik er zo lang tegenaan heb gehikt, hing vooral samen met mijn vermoeden dat deze keuze mijn leven nogal ‘schraal’ zou maken. Niets blijkt minder waar: er is voldoende lekkers voorhanden om al mijn cravings ruimschoots te bevredigen.

Dagelijkse kost

Zoals waarschijnlijk de meeste mensen van mijn generatie groeide ik op met het dagelijkse AGV’tje: een avondmaaltijd bestaande uit aardappels, groente en vlees. Hoewel mijn moeder af en toe zeker wel eens ‘over de grens’ kookte (in die tijd waren nasi en spaghetti al behoorlijk exotisch), hield ze zich over het algemeen toch aardig aan het traditionele repertoire. Ook zaken als kaas, melk en vleeswaren waren bij ons dagelijkse kost en af en toe kookte of bakte ze een eitje.

À la mama

Toen ik eenmaal mijn eigen huishouden runde, kookte ik in eerste instantie (natuurlijk) op de enige manier die ik kende: die van mijn moeder. Ik vond het echter wel leuk om te experimenteren en leerde door onbekende recepten uit te proberen regelmatig nieuwe ingrediënten kennen. Op de een of andere manier stuitte ik in die periode waarschijnlijk af en toe ook op een vegetarisch recept, waardoor kennelijk het besef daagde dat een maaltijd zonder vlees of vis net zo goed heerlijk kan zijn. Aan de recepten die ik in de loop van mijn volwassen leven heb verzameld, kan ik goed zien dat een vegetarische manier van koken me al lang aanspreekt. En tussen die vegetarische recepten zat ook al wel eens iets dat helemaal plantaardig was. Bovendien deed ik ook al eens mee aan de Vegan Challenge.

Ethische beslissing

Jaren geleden ging de ‘vleesknop’ bij mij om en besloot ik (bijna) alleen nog maar vegetarisch te koken. Ik zie dat als een persoonlijke, ethische beslissing waar ik andere mensen niet mee lastigval. Het is niet dat ik geen vlees of vis mág eten, ik kies er zelf voor om het niet meer te gebruiken – en met dat besluit zadel ik een ander niet op. Wat betekent dat ik buiten de deur wel vlees eet als er geen alternatief is en dat ik iemand die voor mij kookt niet dwing af te zien van vis en vlees.

Vegetarisch koken is op zichzelf natuurlijk een makkie, zeker met alle ‘vleesvervangers’ die in de schappen liggen. Zelfs de supermarktglossy’s wagen zich tegenwoordig regelmatig aan vegetarische recepten. Naarmate ik meer van die recepten gebruikte, begon ik me echter steeds meer te ergeren aan het feit dat ‘het vlees’ in veel gevallen domweg leek te worden vervangen door kaas. Langzaamaan begon er weer iets te wringen…

Beestachtig afscheid

Ik had ooit al weleens gelezen dat zuivel, en zeker kaas, minstens zo belastend voor het milieu is als vlees. Toen ik dat eenmaal wist, was het (plantaardige!) zaadje geplant en wilde ik ook met zuivel en kaas eigenlijk graag minderen. Dat bleek echter niet mee te vallen, want afscheid nemen van mijn geliefde boterham met roomboter en kaas?!? Zeker nadat ik de documentaire ‘Cowspiracy‘ had gezien, zat er echter niets anders op. Toegegeven, documentairemaker Kip (what’s in a name) Andersen is een kampioen ‘kersen plukken‘, maar zelfs als ik de ‘feiten’ die hij aanvoerde met een kilootje zout nam, kon ik er niet omheen: een voedingspatroon waarin dierlijke producten een prominente rol spelen, is hoe dan ook niet duurzaam. Tijd voor een beestachtig afscheid.

Hoezo verschraling?

Waar een overstap naar een plantaardig voedingspatroon me aanvankelijk vooral een verschraling leek, bleek het in de praktijk eerder een verrijking. Nu moet ik wel zeggen dat ik precies op het goede moment stuitte op wat inspiratiebronnen die pasten bij wat ik op dat moment ‘nodig’ had. Zoals een website met maakbare recepten voor plantaardige kaas, worst en andere hartig broodbeleg die het afscheid van mijn plakje extra belegen minder zwaar maakten.

Plantaardige ontdekkingsreis

Experimenteren met nieuwe recepten, ingrediënten en smaken bleek ontzettend inspirerend te zijn. Ik (her)ontdekte onder andere edelgist, seitan, kala namak (‘zwart zout’) en liquid smoke en maakte voor het eerst in mijn leven een perfecte vegan spaghetti bolognese en lasagne. Ook voor kruidenroomkaas en een heuse (schaaf- en raspbare) ‘blokkaas’ blijk je geen dieren nodig te hebben. En dan hebben we het nog niet over de heerlijke omeletten van kikkererwtenmeel, de scrambled tofu en de pittige Italiaanse seitanworstjes die ik de afgelopen tijd maakte. Om een lang verhaal kort te maken: hoewel ik het tegendeel vreesde, bleek de overstap naar diervriendelijk en plantaardig uiteindelijk een eitje te zijn!