In de straat waar ik woon
Staat een provocatie;
Ik noem haar boom.

Jonge bruid in kanten kleed,
Stralend in haar bloesempracht,
Haar wellust hemelsbreed.

De onlangs nog kale staken
Wiegen nu frivool, voluptueus.
Wulpse verlokking in zuiver wit.

Welke krachten brachten
Dit mirakel tot stand, deze
Metamorfose van dat naar dit?

Deze lentewolk die
In haar luister
Het geheim onthult
Dat je al kent:
Het is tijd, ga op weg
Verlies jezelf
En verdwaal
In het wonder
Dat je bent.