In hoeverre is de taal die je gebruikt eigenlijk van jezelf? Is er hoe dan ook ooit iets oorspronkelijk? Waarschijnlijk niet – maar dan is de volgende vraag: doet dat ertoe? Een – vermoedelijk niet al te originele – overpeinzing over originaliteit…

Authentiek stelen

De Amerikaanse filmregisseur Jim Jarmusch zei: “Nothing is original.” Nou, dan is dat maar weer gezegd. Ieder woord (of ieder beeld, of iedere klank) is natuurlijk al eens gebruikt. Niet dat hij dit als een probleem beschouwt:

Steal from anywhere that resonates with inspiration or fuels your imagination. Devour old films, new films, music, books, paintings, photographs, poems, dreams, random conversations, architecture, bridges, street signs, trees, clouds, bodies of water, light and shadows. Select only things to steal from that speak directly to your soul. If you do this, your work (and theft) will be authentic. Authenticity is invaluable; originality is non-existent. And don’t bother concealing your thievery – celebrate it if you feel like it.

Kortom, of je nu wel of niet origineel bent, doet er misschien wel helemaal niet toe.

Kopieerapparaat

Interessant in dit kader vind ik mijn eigen vermogen om tekst van een ander domweg als een kopieerapparaat te dupliceren; ik heb de kopie vaak al uitgespuugd voordat ik doorheb dat ik in de kopieermodus sta. Een cliché natuurlijk, maar naarmate ik ouder wordt, hoor ik mezelf vaak mijn moeders woorden herhalen. Of, nog subtieler, haar gedachten. Als ik die gedachten dan in daden vertaal, denk ik even later soms: “Huh, waarom doe ik dit eigenlijk zo?” Nou ja, het feit dat ik me ervan bewust ben, maakt me in ieder geval tot een zeer geavanceerd kopieerapparaat!

Pyjamadag

Een voorbeeld. Omdat we een tijdje geleden wat te vieren hadden, zou de familie die middag over de vloer komen. Terwijl ik mezelf en ons huis voorbereidde op het bezoek, deden de Jongens doodgemoedereerd hun ding. Zoals zij het op zondag het liefst doen: beetje rommelen en als het even kan de hele dag in pyjama. De ‘pyjamadag’ is in dit huishouden al jaren een gekoesterd fenomeen.

Ik had ze in de loop van de dag de suggestie aan de hand gedaan dat ze zich misschien later wel even aan konden kleden – er kwam immers bezoek. Maar de dag vorderde en de nachtkledij werd niet verruild voor iets anders…

Op je paasbest

Terwijl ik op het punt stond om ze te zeggen dat ze zich nu toch echt aan moesten kleden, besefte ik ineens dat er een kopietje onderweg was. Iets uit mijn jeugd natuurlijk, toen de uitdrukking ‘op je paasbest zijn’ nog iets betekende en je als kind nog begreep wat er werd bedoeld met ‘zondagse kleren’. De tijd dat je nieuwe kleren kreeg als de Kinderbijslag binnen was; kleren die je vervolgens niet meteen aan mocht, maar aanvankelijk alleen op zondag (of met Pasen) én als je er voorzichtig mee was. Ik schakelde het kopieerapparaat uit om hier eens even over na te denken…

Mooi genoeg

We hadden het hier over drie kinderen die genoten van hun vrije zondag. Inderdaad, in hun pyjama’s. Maar wat als ze die nu niet verruilden voor ‘gewone’ kleren? Deden zij dat dan uit onverschilligheid of uit gebrek aan respect voor de familie die op bezoek zou komen? Welnee, dat zou niet in ze opkomen! En ineens bedacht ik me dat ik het ook heel anders kon bekijken: deze drie zitten zo lekker in hun vel en zijn zo zichzelf, dat ze geen behoefte hebben zichzelf ‘mooier’ te maken voor anderen. Ze gaan ervan uit dat ze OK zijn zoals ze zijn. En misschien weten ze ook wel dat de mensen met wie we die middag samen zouden zijn zoveel van ze houden dat het helemaal niet uitmaakt hoe ze eruit zien. Hoe mooi is dat?

Zondags zelfinzicht

Ik heb het kopieerapparaat die middag maar uit laten staan. Jim Jarmusch liet zich in zijn uitspraak over originaliteit inspireren door zijn Franse filmcollega Jean-Luc Godard. Die zei:

It’s not where you take things from – it’s where you take them to.

Of ik de kopie nu uitspuug of niet, waar het om draait is: wat doe ik ermee? In dit geval gebruikte ik het kopietje om te komen tot een heel klein beetje meer zelfinzicht. En daarna hadden we, met onze familie, een heerlijke middag. Of de Jongens zich uiteindelijk hadden aangekleed? Ik zou het niet meer weten – het deed er eenvoudigweg niet meer toe.