Het thema van deze week lijkt in mijn geval ‘Zweden’. Op de een of andere manier dook de naam van dit Scandinavische land de afgelopen dagen steeds op; een buurvrouw met vakantieplannen richting de noorderzon, een opdracht waarin Zweden een rol speelt en (jeugdsentiment)… Pippi Langkous!

Positieve spanning

De opdracht waarin Zweden een rol speelt kwam op mijn pad doordat de opdrachtgever in kwestie contact met me zocht via het contactformulier op deze site. Haar vraag was (onder meer) of ik een flyer wilde (her)schrijven die ze wil gebruiken om een concept dat in Zweden al wordt toegepast voor trainingsdoeleinden in Nederland in de markt te zetten. Het concept sprak me erg aan en dus nam ik de opdracht met plezier aan. Wel voelde ik een bepaalde – positieve – spanning: zou het me lukken om het idee juist te verwoorden, om de goede toon te vinden? Dat is voor mij als tekstschrijver toch altijd weer de uitdaging!

Koffie met Pippi

En dat brengt me meteen op Pippi Langkous – ik leg het uit! Gisteren had ik een afspraak met dierbare vriendin M., die ik al ken sinds de middelbare school. We deden samen het gymnasium (zij Grieks, ik Latijn) en gingen daarna allebei in Utrecht studeren. Hoewel we natuurlijk steeds meer ons eigen leven zijn gaan leiden, inmiddels allebei een eigen gezin hebben en  al heel veel jaren bepaald niet bij elkaar om de hoek wonen, is de verbondenheid altijd gebleven. En terwijl we gisteren in de stad waar we ooit studeerden en die nu precies tussen onze woonplaatsen in ligt samen aan de koffie zaten, dook Pippi Langkous ineens op als inspiratiebron.

Stel dat goed gaat

We vertelden elkaar over de dingen waar we mee bezig zijn en die ons bezighouden. Over de de nieuwe en daardoor soms spannende dingen. Dat deed M. denken aan een blog die ze pas las, over Pippi. Eenmaal weer thuis stuurde ze me de link door. De blog gaat over wat we volgens de auteur van Pippi kunnen leren. De link naar ons gesprek zat ‘m in ‘de mantra van Pippi’:

Ik heb het nog nooit gedaan dus ik denk dat ik het wel kan.

Wat een geweldige manier om tegen nieuwe dingen aan te kijken! Tegelijkertijd moet ik eerlijk bekennen dat ik zelf toch wel geneigd ben om in allereerste instantie ‘Ja maar’ te denken in plaats van ‘Ja en’, zoals Chris Potter in haar artikel zo mooi tegenover elkaar zet. Bij de ‘Zweedse opdracht’ dacht ik bijvoorbeeld ‘Ja maar wat nou als ik niet goed begrijp wat de ander van me wil?’ en ‘Ja maar wat nou als het me niet lukt om de essentie van het verhaal te verwoorden?’ Terwijl Pippi waarschijnlijk zou denken ‘Ja en daar kan ik dan lekker mijn tanden in zetten’ en ‘Ja en wat heerlijk dat er zo’n beroep wordt gedaan op mijn talenten en vaardigheden!’

Ken uw klassiekers

Een scriptie die ik onlangs corrigeerde en waarin een absurde Poolse cultfilm over de (communistische) Volksrepubliek Polen werd geanalyseerd bracht me op het idee om nu eindelijk eens het klassieke ‘1984’ van George Orwell te gaan lezen. Vooral vanwege de overgang van ‘Oldspeak’ naar ‘Newspeak’ die daarin een rol speelt, is het boek voor mij als tekstschrijver en taalfanaat een echte ‘must read’. Ter verduidelijking en voor het gemak even wat informatie van Wiki:

Newspeak is the fictional language in the novel Nineteen Eighty-Four, written by George Orwell. It is a controlled language created by the totalitarian state Oceania as a tool to limit freedom of thought, and concepts that pose a threat to the regime such as freedom, self-expression, individuality, and peace. Any form of thought alternative to the party’s construct is classified as “thoughtcrime”.

Wie zich in Oceania bezondigde aan iets als ‘crimethink‘ of het eveneens verboden ‘ownlife‘ (dat wil zeggen iets anders doen dan werken, eten, slapen of bezigheden voor de Partij verrichten) werd geëlimineerd, ofwel ‘vaporized’. Het moge duidelijk zijn dat Pippi er niet lang en gelukkig zou hebben geleefd…

Nederlandse Newspeak?

Bij het lezen van de blog over Pippi schoten er woorden door me heen als eigenwijs, eigenzinnig en eigengereid. Woorden die in Newspeak zeker niet voor zouden komen, aangezien iets als een eigen mening in Oceania zeer ongewenst was. En daar kon je dan ook maar beter geen woorden voor hebben, je zou mensen eens op het idee brengen…

Wat me ineens als grappig voorkwam, was de negatieve bijklank die een woord als eigenwijs in onze taal toch wel een beetje heeft. Pas als je zegt dat iemand ‘zo lekker eigenwijs’ is, ontstaat er een positievere lading. Terwijl eigenwijs zijn in feite iets prachtigs is: wijs zijn van jezelf, wat wil je nog meer? Hoe komt het woord eigenwijs dan eigenlijk aan zijn negatieve lading? Beschouwen wij in onze samenleving mensen met een eigen of ‘afwijkende’ mening net als in Oceania als een probleem? Drukken we daarom iemand die zijn eigen plan trekt en zijn eigen pad volgt het stempel ‘eigenwijs’ op?

Lichtend voorbeeld

Creatief, eigenzinnig en oorspronkelijk, dat is Pippi ten voeten uit. Ze veroordeelt iets wat nieuw, anders en/of eigenzinnig is niet, maar verwelkomt het juist en bruist van ‘ownlife’ en ‘crimethink’. Zonder dat ze het zelf wist, was ze een omdenker avant la lettre – wat me doet denken aan een quote op de Omdenken-site:

Het glas is gebroken, maar gelukkig zijn de scherven nog heel.

Iemand als Pippi zou in Oceania binnen de kortste keren een ‘unperson‘ zijn. Maar ik beschouw haar voorlopig als mijn lichtende voorbeeld en ga maar eens proberen (nog) wat meer te vertrouwen op mijn eigen-wijsheid! Hoog tijd voor nieuwlef en iktrots!

De gedachte aan Pippi bracht me ook bij een (fictief) personage dat in bepaalde opzichten toch een beetje een soort Nederlandse Pippi is. Vandaar tot slot een echte ‘Loesje’:

Eigenwijs – ik noem dat onafhankelijk.